More Info
Over de geschiedenis van Brugge is zeer veel gepubliceerd, maar aan de 17de eeuw werd relatief weinig aandacht besteed. Dr. Pannier heeft deze lacune opgevuld vanuit een medisch-historische invalshoek. Het verhaal dat hij brengt is zeer verhelderend en weerlegt veel misvattingen. Na tien jaar onderzoek in de rijke Brugse archieven brengt de auteur verrassende nieuwe inzichten over pest en lepra, chirurgen en baardmakers, rode meesters en vroedvrouwen en de rol van de almanak. Het boek begint met een schitterend portret van Thomas Montanus, een 17de eeuwse Brugse arts met een rijke carrière die aan de stad waar hij nochtans niet geboren werd, veel diensten heeft bewezen. Toch werd geen straat of park naar hem genoemd en aan het huis waar hij jarenlang woonde werd zelfs geen gedenkplaat aangebracht. Maar de kennis van de geneeskunde in die tijd kan men niet vatten zonder de evolutie van het medische denken te beschrijven. Naast J. Demeyers Analectes medicaux is daarover zeer weinig verschenen. Daarom zijn er hoofdstukken over het Brugge van de 17de eeuw, de Brugse medici en de Brugse chirurgijnen. Ook de invloed van de Vlaamse almanakken op het medische gebeuren en de geschiedenis van de medische bloedputten in Brugge passeren de revue. Het definitieve verhaal van de pest komt in hoofdstuk VIII. Door een gedetailleerd onderzoek van de Brugse pestboeken, die op wereldniveau unieke documenten zijn, wordt de reële evolutie van de pestepidemie in 1666 dag na dag geanalyseerd. De auteur komt tot het besluit dat in de literatuur over de pest veel onbetrouwbare en fantasierijke gegevens werden verspreid. Daarna wordt ook nog de lepra in de tijd van Montanus onderzocht. Het verhaal eindigt met de eerste successen van een gerechtelijke geneeskunde in Brugge. Dit boek vertelt een verhaal dat nog niet eerder is verteld maar dat van beslissend belang is geweest voor de ontwikkeling van een niet-moraliserende, wetenschappelijke geneeskunde. Een standaardwerk.