More Info
Dikwijls gaat men ervan uit dat het verleden ons niet meer te leren heeft. Alles en iedereen die in vroegere eeuwen iets of wat betekend heeft is goed en wel bekend. Niets blijkt minder waar te zijn. Met de regelmaat van een klok duiken steeds nieuwe inzichten en feiten op. Mensen, die tot nog toe geheel in de nevelen van het verleden opgeslokt leken, duiken plotseling weer op. Beide auteurs hadden het geluk zo iemand op te sporen en terug in het daglicht te brengen. De man waarover wij het hier hebben is een zekere Jan van den Driessche, geboren omstreeks 1408 in Dendermonde. Op jonge leeftijd is hij al professor zowel aan de Parijse Sorbonne als aan de Leuvense Universiteit. Overtuigd van zijn buitengewone kwaliteiten benoemt de hertog van Bourgondië hem tot raadsheer van de Raad van Vlaanderen, het hoogste rechtscollege in onze contreien. Meer zelfs, diezelfde hertog zal er in 1452 persoonlijk voor zorgen dat Jan van den Driessche trouwt met een weduwe uit Brugge, Margaretha van Messem, van wie de roots teruggaan tot de Vlaamse grafelijke (en dus ook de Bourgondisch hertogelijke) familie. Niettegenstaande Filips de Goede Jan van den Driessche tot president benoemt van diezelfde Raad van Vlaanderen zal hij uiteindelijk toch kiezen voor het Frankrijk van Lodewijk XI. Bij deze laatste zal Jan een van de belangrijkste figuren van zijn tijd worden. Niet minder dan drie van de hoogste vijf functies in het Rijk zal hij uiteindelijk belichamen. Bovendien zal Jan van den Driessche ook nog zitting nemen in de Grote Raad van de "Pairs de France". Tot aan zijn dood in 1485 te Tours zal hij hoge posten blijven bekleden, niettegenstaande zijn gevorderde leeftijd. In deze studie zijn tal van documenten en akten te vinden die voor het eerst sinds hun bestaan gepubliceerd worden. Documenten uit heel wat steden en gemeenten, maar vooral eigen brieven van de koning geadresseerd aan "Jean de la Driessche, le Flament".