More Info
Leuven in Books, Books in Leuven was initially produced as a catalogue for an exhibition held in the Van Pelt-Dietrich Library of the University of Pennsylvania in Philadelphia, PA, in the spring of 1999. However, the book developed from a publication prepared especially for this occasion into the first comprehensive history of the world of books and libraries in Leuven in general and the university library in particular.
From 1425, when the university was founded, until 1914, when the university library was (first) destroyed, this work uses books and documents to illustrate how during the first two centuries the reading matter required was supplied mainly for monastery libraries and private foundations, how from the last quarter of the fifteenth century, closely connected with the universities, the art of printing became established in Leuven, and how in 1636 a central library was opened. All this is sketched against a broad cultural and historical background. Part of the history of the southern Low Countries is reviewed at the same time, covering humanism, the Reformation, the Counter-Reformation, and other controversies in which the university was closely involved. The books described are used first and foremost to illustrate the historical progression, but also receive appropriate attention in themselves, so that part of the history of books emerges at the same time.
The tumultuous history of the Leuven university library in the 20th century revolves around a number of major events: the Flames of Louvain in 1914, the second fire in 1940, the division of the library following the departure of the French-language section of the university to Louvain-la-Neuve in 1970, to the prestigious new building for library sciences built around the remains of the Celestine monastery in Heverlee.
Whilst the focus of attention for the plans for the old library was the architecture, the new building was firmly set in the political context, with the Americans on one side, making the library an American monument to peace, and the Germans, as losers and new aggressors, on the other. Of course the reconstruction of the collections during the period between the wars and after 1940 is considered in detail. On the basis of rigorously selected manuscripts and printed books, a representative picture is drawn of the (re)construction of a university library, paying particular attention to a number of special collections which found their way here. The often detailed attention paid to the documents themselves to situate them in their context also provides part of the history of books from the late Middle Ages until the twentieth century.
More Info
Opgezet als een tentoonstellingscatalogus en een inventaris van de plantenboeken in de Leuvense bibliotheken, aangevuld met enkele zeldzame herbaria, groeide de Hortus Botanicus veeleer uit tot een boek met veel verhalen over mensen, boeken en planten, gespreid over een half millennium. Hierin kan de geïnteresseerde lezer zich laten gaan voor een wandeling door bos of weide, of voor een bezoek aan oranjerie of tuin, of voor een duik onder water.
Dit boek handelt over de wetenschappelijke informatievoorziening aan de oude Leuvense universiteit, van de 16de tot de 18de eeuw. De vraagstelling is dubbel: welke boeken hadden Leuvense hoogleraren in huis, en over welke commerciële infrastructuur beschikten ze om dat boekenbezit op te bouwen? Door de geringe ontwikkeling van het universitaire bibliotheekwezen waren academici bij de uitoefening van hun onderwijs- en onderzoekstaken vooral op hun eigen boekencollectie aangewezen. Volgens Erycius Puteanus bezat elke hoogleraar daarom een substantiële bibliotheek: 'Inter professores suam quisque possidet bibliothecam, et aestimat.' Het gecombineerde onderzoek naar boekhandel en particulier boekenbezit is daarom een geschikte invalshoek om het wetenschappelijke referentiekader van de Leuvense professoren te reconstrueren.
Het eerste hoofdstuk is opgevat als een inventaris van de voornaamste factoren die de Leuvense boekcultuur een eigen gelaat bezorgden. Veel aandacht gaat daarbij uit naar het informatiebeleid van de universiteit. Na dit oriënterende hoofdstuk valt het boek uiteen in twee delen van telkens drie hoofdstukken, respectievelijk gewijd aan de universitaire boekhandel en aan een aantal Leuvense professorenbibliotheken.
In de behandelde periode waren boekverkopers vaak ook actief als drukker en/of boekbinder, en vice versa. Het tweede hoofdstuk schetst daarom een panorama van het integrale Leuvense boekbedrijf: wie waren de boekverkopers, drukkers en binders, waar waren ze gevestigd, door welke familiebanden waren ze met elkaar verbonden, en hoe speelden ze in op de universitaire regelgeving? Het derde hoofdstuk spitst zich toe op de concrete inhoud van een Leuvense boekhandel in het midden van de zestiende eeuw. Uit 1543 is nl. een inventaris bewaard van het assortiment van de universitaire 'librarius' Hieronymus Cloet. Zijn winkel was gevestigd naast het humanistische centrum van de universiteit, het Collegium Trilingue. Het laatste hoofdstuk in dit deel is gewijd aan het tweedehandse circuit van de boekenveilingen. Hier komen aan bod: de vroegste geschiedenis van de Leuvense boekenveilingen, de reglementering die de universiteit terzake uitwerkte, en de opkomst van gedrukte veilingcatalogi. Ook wordt de concrete veilingpraktijk beschreven aan de hand van de veilingadministraties van Georgius Lipsius (1608-1682) en Joannes Franciscus van Overbeke (1727-1810), twee boekverkopers die op de tweedehands boekenmarkt zeer actief waren. Daaruit blijkt o.m. dat veilingcatalogi zeer behoedzaam te gebruiken zijn als bron voor de reconstructie van privé-bibliotheken.
De boekencollecties van Leuvense hoogleraren vormen het onderwerp van het tweede deel. In elk van de drie hoofdstukken komt een collectie uit één van de behandelde eeuwen ter sprake. De selectie tracht recht te doen aan de verschillende soorten bronnen die hiervoor aangewend kunnen worden. De bibliotheek van de professor in de artes- en de theologische faculteit Henricus Crockaert (€1581) wordt beschreven aan de hand van een post mortem-inventaris. Van de bibliotheek van de filosoof en theoloog Libertus Fromondus (1587-1653) is geen inventaris bekend, maar dankzij de boekhouding van veilingmeester Georgius Lipsius weten we welke boeken uit zijn bibliotheek geveild werden, wie er op de veiling aanwezig was én welke prijs er voor de boeken geboden werd. Voor de achttiende eeuw worden een twaalftal professorenbibliotheken serieel benaderd met behulp van de veilingadministratie van Joannes Franciscus van Overbeke; daarnaast wordt de bibliotheek van de jurist Guilielmus Leunckens (1700-1773) ook in de diepte beschreven. De omvang van de bibliotheken, de ouderdom en de geografische herkomst van de boeken, de talen waarin ze geschreven waren, de auteurs en de onderwerpen die er het sterkst in vertegenwoordigd waren, blijken zeer revelerend te zijn voor de breedte van de intellectuele horizon waarbinnen de academici hun onderwijs- en onderzoekstaken uitvoerden.
Bij de tekst zijn verschillende bijlagen gevoegd. Zo bevat het boek een uitgebreid repertorium van Leuvense drukkers, boekbinders en boekverkopers, en een lijst met alle Leuvense boekenveilingen waarvan een spoor werd teruggevonden. Ook de besproken boekhandels- en bibliotheekinventarissen werden kritisch uitgegeven.
More Info
Hortus Lovaniensis is voor lang de definitieve studie over de Leuvense Kruidtuin, het kleurige, bloemrijke verhaal van een hortus, ingebed in het universitaire onderwijs en omkaderd door een reeks documenten en portretten. Een aanrader voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van Leuven en de universiteit in het algemeen, en in planten en plantkunde in het het bijzonder.