More Info
In 1787 en 1788 moesten duizenden burgers de Republiek der Verenigde Nederlanden ontvluchten vanwege hun verzet tegen het stadhouderlijk bewind en Oranjegezinde aristocraten. Veel asielzoekers verbleven enkele jaren in de Oostenrijkse Nederlanden. In de boeiende geschriften die zij nalieten, komt een aantal aspecten van hun verblijf in de Oostenrijkse Nederlanden aan de orde, zoals hun houding tegenover de ‘thuisblijvers’ die de Brabantse revolutie meemaakten. Ook wordt de verhouding tussen de ballingen onderling beschreven, die lang niet altijd van solidariteit doortrokken was. Hollandse wijsgeren in Brabant en Vlaanderen geeft een boeiend tijdsbeeld van een bewogen periode uit onze vaderlandse geschiedenis.
More Info
De auteurs in deze bundel laten zien hoe intellectuelen van divers pluimage tijdens de zeventiende en achttiende eeuw gedichten, romans, tragedies, tijdschriften, opera’s, tuinarchitectuur en beeldende kunst aanwendden om hun denkbeelden een breder publiek te verschaffen. Daarbij blijkt dat zowel de hoofdrolspelers als de figuranten – of ze nu schelm, geleerde, hoer of artiest zijn – voor eigen parochie preken. Schelmen en prekers illustreert hoe de genoemde genres in het vroegmoderne Europa benut werden om filosofische, politieke, theologische, natuurwetenschappelijke en sociaal-maatschappelijke discussies te voeren. Ideologische veranderingsprocessen zijn aan de hand van deze bronnen makkelijk in kaart te brengen.
More Info
Periodieken en hun kringen omvat veertien studies die blootleggen hoe een netwerk van informanten en correspondenten heeft bijgedragen aan het ontstaan en de instandhouding van een tijdschrift. Welke stappen worden gezet om de kring te vormen en uit te breiden en hoe weerspiegelt zich dat in een periodiek zelf? Door een zorgvuldige analyse van de tijdschriften, een speurtocht naar correspondentie en andere documenten in archieven en bibliotheken gaan vooraanstaande onderzoekers na hoe het netwerk rond die tijdschriften dienst heeft gedaan en of in de tijdschriften zelf een duidelijke ideologie valt te achterhalen. Er blijken vaak verschillende kringen te onderscheiden: een redactionele kern, informanten en een kring van kritische lezers. De tijdschriften zijn over een periode van drie eeuwen gekozen: zeven uit de vroegmoderne periode en zeven uit de negentiende en twintigste eeuw. Speelde Nederland in de eerste anderhalve eeuw een centrale rol in dit type nieuwsvoorziening, vanaf de negentiende eeuw nemen andere Europese landen en de Verenigde Staten deze rol over. Opvallend is wel dat er grote overeenkomsten zijn door de eeuwen heen. In de inleiding op deze rijke bundel tonen Bots en Levie hoe de structuur en de omvang van netwerken rond tijdschriften zich hebben ontwikkeld en in welke mate de culturele context de samenstelling van deze kringen bepaalde.
More Info
De Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat van Piet J. Buijnsters beschrijft als eerste de lotgevallen van een bedrijfstak die als weinige tot de verbeelding spreekt: de handel in oude boeken en prenten. En ze doet dat op een cruciaal moment, nu het antiquariaat wereldwijd grote veranderingen ondergaat. Vond men tot voor kort in elke binnenstad nog diverse winkeltjes met oude boeken, haast ongemerkt zijn de meeste door torenhoge huren uit het stadscentrum verdreven. Sommige vakbroeders werken thans vanuit een gesloten huis als verzendantiquaar. Anderen zoeken hun klanten op boekenbeurs of markt, ironisch genoeg de plaats waar het antiquariaat ooit is begonnen. Zo lijkt de cirkel weer rond. Voldoende reden voor een terugblik op een periode van tweeënhalve eeuw (1750-2006) vol dramatische gebeurtenissen – van de bijna-uitroeiing van het joodse antiquariaat tijdens de Tweede Wereldoorlog tot de recente bedreiging door het internet. Maar Buijnsters biedt meer dan een kroniekachtig overzicht voor boekhandelaren, uitgevers, bibliothecarissen en verzamelaars. De Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat heeft op basis van talrijke gesprekken tegelijk het karakter van een geëngageerd ooggetuigenverslag. Zonder jargon, maar ook zonder terughoudendheid geschreven door een van de grootste insiders van de Nederlandse boekenwereld. Met zijn vele foto’s van personen en interieurs richt dit standaardwerk zich dan ook tot een breed publiek van geïnteresseerden.
More Info
Zouden er, in een tijd waarin handgeschreven correspondentie grotendeels verdrongen lijkt door e-mail of sms, nog kinderen bestaan die aan hun ouders of verwanten bij feestelijke gelegenheden een versierde brief met goede wensen schrijven? Toch is dat eeuwenlang in bepaalde kringen een vaste gewoonte geweest. Kinderen gebruikten daarvoor een grote prent met verschillende taferelen in de vier hoeken en schreven met de pen in het midden een vers: voor Kerstmis, Nieuwjaar, Pasen, Pinksteren of verjaardag. En niet te vergeten: vooral als de kermis op komst was.
Deze wensbrieven of ‘kransen’ verdienen wegens hun aantrekkelijke vorm en hun cultuurhistorische betekenis beslist onze aandacht. Behalve om hun dankbaarheid jegens de ouders te uiten dienden die brieven om te laten zien hoe het kind kon schrijven en of dit sinds het vorig jaar verbeterd was. Een laatste motief was de hoop op een kleine beloning voor alle schrijfinspanning. In het boek Decoratieve Prenten met geschreven wensen, 1670-1870 onderzoekt Leontine Buijnsters-Smets voor het eerst deze heilwensen uit het verleden. In haar studie komen aan de orde de drukkers/uitgevers, de illustratoren en de verkoopprijs van de beschreven prenten. Daarnaast wordt uitvoerig ingegaan op de grote verscheidenheid aan iconografische thema's ter decoratie van de kransen.
Meer dan duizend van deze wensbrieven zijn intussen teruggevonden in musea, bibliotheken, archieven en bij particuliere verzamelaars. Het catalogusdeel geeft daarvan een beeld. Maar niet alleen in Nederland, ook in Duitsland en Engeland blijkt men dit soort wensen te kennen. Aparte hoofdstukken zijn gewijd aan die buitenlandse voorbeelden. Een vergelijking met de Nederlandse laat duidelijk de verschillen
en overeenkomsten zien.
More Info
In 2008 kwam bij de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam een unieke boekhistorische bron aan het licht: de ongepubliceerd gebleven memoires uit 1970 van de Amsterdamse antiquaar Menno Hertzberger (1897-1982). Zijn in 1920 opgerichte Internationaal Antiquariaat Menno Hertzberger behoorde tot de top van het antiquariaat in binnen- en buitenland. Onder de titel Boeken, veel boeken – en mensen verschijnen Hertzbergers herinneringen nu alsnog in druk. Een halve eeuw handel inoude boeken en handschriften passeert de revue. Kwistig met sprekende anekdotes vertelt Hertzberger over zijn jeugd en leerjaren, over de lotgevallen van zijn firma en over de kleurrijke verzamelaars die hij tot zijn klantenkring mocht rekenen. Hij wijdt bespiegelingen aan het belang van een vakopleiding en goede catalogi, schetst de veranderingen in het twintigste-eeuwse antiquariaat en beschrijft zijn voortrekkersrol bij de oprichting van de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren en de International League of Antiquarian Booksellers. Boeken, veel boeken – en mensen biedt een unieke blik achter de schermen van het vermaarde Internationaal Antiquariaat Menno Hertzberger, door de bril van de hoofdrolspeler.
More Info
De handgeschreven brief is geschiedenis geworden. Slechts een enkeling grijpt nog naar pen en papier wanneer hij de ruimtelijke afstand tot zijn geliefden en vrienden wil overbruggen. In deze jachtige tijd wordt de briefkunst verwaarloosd. De brief is nu een traag en tijdrovend middel geworden, dat de concurrentie met moderne communicatiemiddelen als de telefoon en elektronische post niet meer aankan. Er zijn nog wel dappere 'Mohikanen' die op een stil moment achter hun bureau plaatsnemen, de dop van hun vulpen draaien en aan een dierbare relatie een lange brief schrijven. Maar zij leveren een achterhoedegevecht met de moderne tijd. Papieren betrekkingen bevat een representatieve selectie uit de grote rijkdom aan briefwisselingen die de voorbije eeuwen hebben opgeleverd. Het gaat om zevenentwintig brieven uit de vroegmoderne tijd. De selectie geeft inzicht in de verscheidenheid aan briefvormen en behandelde onderwerpen. De toelichtingen onderstrepen het belang van de brief als historische bron.Ook wordt duidelijk dat de historicus veel moeilijkheden moet overwinnen om elke brief in de context van zijn tijd te situeren en voor de hedendaagse lezer begrijpelijk te maken. De geselecteerde brieven omvatten een tijdspanne van ruim twee eeuwen en handelen over de meest uiteenlopende onderwerpen. De vroegste brief dateert uit 1594 en is geschreven door de Leidse drukker-geleerde Franciscus Raphelengius, de meest recente is die uit 1822 van de blinde briefschrijfster Petronella Moens. Uit de tussenliggende jaren zijn briefschrijvers van diverse pluimage vertegenwoordigd: studenten, uitgevers, geleerden, geestelijken, journalisten en emigranten, allen begiftigd met voldoende schrijfvaardigheid om een fraaie brief op papier te zetten. De zevenentwintig brieven werden uitgezocht en bewerkt door zevenentwintig historici die met elkaar gemeen hebben dat zij allen in de afgelopen decennia zijn gepromoveerd bij Hans Bots, hoogleraar Intellectuele Betrekkingen tussen de Westeuropese landen in de nieuwe tijd aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Met deze bundel eren zij hun promotor ter gelegenheid van zijn emeritaat op 24 juni 2005. 'Dat even voorbijkomen, even voor ons poseren, en dan weer verdwijnen in het archief van de eeuwen, is de grootste charme van dit bijzondere boek' Kees Fens in de Volkskrant
More Info
De volksvertegenwoordiging als een veelkoppig monster, de regering als een stelletje ruziemakers, veelvraten en malloten – op een buitengewoon geestige wijze werd in 1796 de Nederlandse Revolutie op de hak genomen in een bundel prenten, Hollandia Regenerata. De maker, David Hess, was een veelzijdig schrijver en kunstenaar. Geboren in Zwitserland had hij vanaf 1787 onder stadhouder Willem v van Oranje in het Nederlandse leger gediend. Na de omwenteling van januari 1795, die een einde maakte aan het regiem van de prins van Oranje, had hij de wijk genomen naar Engeland. Hij legde zich toe op de karikatuur en liet zich daarbij inspireren door de grote Engelse satiricus James Gillray.
De twintig prenten van Hollandia Regenerata zijn een hoogtepunt van Nederlandse politieke satire. Ze zijn zeer verfijnd en met veel humor gemaakt, een genot voor het oog. Ze tonen aan dat niet iedereen onverdeeld enthousiast was over de verworvenheden van de revolutie. Gelijkheid ruïneert het land. Handel en zeevaart kwijnen. Het leger kan geen enkele kracht tonen. De schatkist is slechts gevuld met waardeloze assignaten. De bestuurders worden neergezet als dom, zelfverrijkend en laks en ze maken zich schuldig aan grafschennis. De ondergeschiktheid aan de Franse bevrijder klinkt in de toelichting bij veel prenten door.
Hess toont zich een groot karikaturist. Hij maakt op een verfrissende manier gebruik van een beeldtaal die bestaat uit stereotypen, symbolen en allegorieën. Deze facsimile-uitgave maakt deze bijzonder fraaie afbeeldingen voor iedereen beschikbaar. In een nawoord geeft historicus Joost Rosendaal, kenner van de periode van de Nederlandse Revolutie, toelichting bij deze heruitgave.
Deze uitgave is verschenen in een eenmalige luxe editie van 500 exemplaren
More Info
Eind zeventiende eeuw verschijnen tien Nederlandse romans waarin allerlei randfiguren vertellen over hun leven aan de onderkant van de maatschappij. De vertellers slaan twee vliegen in één klap: zij kunnen breeduit over seks schrijven en hun kritiek op de hypocriete maatschappij spuien. Het woord is aan de onderkant onderzoekt waarom juist aan het einde van de zeventiende eeuw bij Nederlandse auteurs (en lezers) interesse ontstond voor pornografie. De gematigde brave burger maakt in deze studie korte tijd plaats voor de radicale libertijn, die heilige huisjes omver trapt en de onderkant bovenhaalt.
More Info
Literaire en historische werken bieden een schat aan informatie over de Spaanse visie op de Nederlanden ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. Toen bonden dappere Spaanse soldaten namelijk de strijd aan met volgens hen hardnekkige en hoogmoedige ketters en rebellen. Gedurende vele jaren zou het koude noorden een beproefd element zijn in het leven van de Spanjaarden van de Gouden Eeuw. Maar wat weten wij daarvan? In De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen gaat Yolanda Rodríguez Pérez op zoek naar het beeld dat de Spanjaarden van de Nederlanden en hun bewoners hadden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Zo leren we dat Willem van Oranje gevangen werd genomen door een zwarte Spaanse slaaf die zijn dapperheid wilde bewijzen. Dat de hertog van Alva een zorgzame vader was en Willem van Oranje een wellustige tiran. En dat Nederlandse zuigelingen wijn en bier dronken uit een borstvormige kalebas alsof het melk was. We volgen de ontwikkelingen in de Spaanse beeldvorming vanaf de vooravond van de oorlog tot enkele decennia na de Vrede van Munster. Met behulp van een rijke verzameling bronnen, oorlogskronieken en toneelstukken, maar ook aan de hand van vlugschriften, gedichten, geschiedwerken en prozageschriften, onthult Rodríguez Pérez met wat voor bijzondere ogen de Spanjaarden naar de Lage Landen keken.
More Info
In de tweede helft van de achttiende eeuw debatteerde de zich emanciperende burger dat het een aard had. Over redelijke godsdienst, over zedelijk gevoel, over geluk, over de staat, over de welvaart der volken. Het was de tijd van de Verlichting die in het teken van de vooruitgang stond. Van dit elan had ook de boekhandel veel profijt, zo blijkt uit Elie Luzac (1721-1796). Boekverkoper van de Verlichting . Luzac correspondeerde met geleerden uit heel de wereld. Wat niemand anders durfde, deed deze eigenzinnige Leidenaar: hij gaf L'homme machine van La Mettrie uit, dat onmiddellijk tot in de verste uithoeken van Europa verboden werd. Luzac zou vaker werken laten verschijnen die in vlammen opgingen. Verboden boeken leverden nu eenmaal veel geld op, net als hoog oplaaiende ruzies tussen geleerden. Ook in Duitsland was Luzac actief. In Göttingen had hij zelfs een filiaal, zij het niet lang. Door conflicten met zijn auteurs en met de universiteit aldaar moest hij zich terugtrekken binnen de grenzen van de Republiek. Met zijn fonds zette Luzac voortaan in op het actuele binnenlandse debat, waaraan hij zelf deelnam. Zijn uitzonderlijke stellingname ten gunste van Oranje maakte hem tot een gedemoniseerd man. Elie Luzac (1721-1796). Boekverkoper van de Verlichting is een monografie over de handel in ideeën en idealen. We komen er geruchtmakende Europeanen in tegen als Voltaire, Montesquieu, Richardson, Diderot, Catharina de Grote en Frederik van Pruisen. En we zien een periode aan ons voorbijtrekken waarin aan de overheersende rol van de Nederlandse boekhandel in Europa definitief een einde komt. Rietje van Vliet is werkzaam als freelance journalist. Daarnaast is zij redacteur van de Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman . Zij publiceerde onder meer over Hendrik Doedijns, Franciscus Lievens Kersteman en Jacob Campo Weyerman.
More Info
De verhouding tussen religie en Verlichting mag zich de laatste jaren, vooral onder invloed van het maatschappelijke debat, in een snel groeiende belangstelling verheugen. In het bijzonder komt dit thema aan de orde in de politieke en sociaal-culturele discussie rond vraagstukken als integratie, de multiculturele samenleving en de vermeende botsing van beschavingen.
De vele uitlatingen en opinies die in dit verband worden geventileerd, getuigen echter niet altijd van een even zorgvuldig begrip van de historische context en betekenis van het spanningsveld tussen Verlichting en religie. Dat de relatie tussen religie en Verlichting op zeer uiteenlopende manieren gestalte kreeg, wordt wel eens uit het oog verloren. Met deze bundel beogen de auteurs licht te werpen op de veelzijdige wijze waarop religie en Verlichting zich tot elkaar konden verhouden. Gekozen is voor een opzet van historische essays en bronteksten. Aldus kan de lezer ook uit de eerste hand kennisnemen van een aantal zeer gemêleerde bronnen uit de Verlichting in Nederland. Aan de orde komen onder meer: het tolerantiedebat, geschiedschrijving en identiteit, de positie van de vrouw, en de verhouding kerk-staat.
More Info
1 Januari 1787: ineens is daar Janus. Dit curieuze weekblad verschijnt in een nieuwe redactionele vorm, die de (tot vervelens toe herhaalde) patriotse wens om politieke veranderingen een sterke impuls geeft. De anonieme, speelse en zeer creatieve redactie, vrijwel zeker onder de eindredactie van Petrus de Wacker van Zon (1758-1818), spaart stadhouder Willem V noch de van hem afhankelijke regenten. De veelzijdige klassieke godheid Janus streelt en straft tegelijkertijd. Het op deze Romeinse god Janus gebaseerde gelijknamige weekblad pretendeert week na week boven de strijdende partijen te staan in het conflict tussen Oranjegezinden en patriotten. Maar wie het blad goed leest, ziet dat de patriottenbeweging er ook flink van langs krijgt. Janus geeft een even uniek als kwaadaardig tijdsbeeld van het politieke Nederland in het laatste kwart van de achttiende eeuw. Pieter van Wissing gidst de lezer in deze studie door de berichten, advertenties, anekdoten en andere mededelingen in Janus en positioneert het blad temidden van het mediageweld van die tijd. Ruim tweehonderd jaar na dato valt er opmerkelijk genoeg nog steeds te lachen om Janus. De tijdloze Janus-formule blijkt een succesnummer dat jarenlang door andere weekbladredacties zal worden nagevolgd. Satire en ironie zijn creatieve en moordende wapens als vaardige handen de pen voeren. De medewerkers van Janus hebben een fantastische stijl. Van Wissing laat zien hoe de redactieleden met hun blad niet alleen de lezer willen vermaken, maar zich ook oprechte zorgen maken over verdere escalatie van de burgeroorlog die inmiddels was uitgebroken. In een rap maar aangenaam tempo wordt de burger in de jaren tachtig van de achttiende eeuw gepolitiseerd dankzij bladen als Janus.